Van Mossel Autoschadeteam Baarends restaureert ook rijdend erfgoed

Van Mossel Autoschadeteam Baarends is een gerenommeerd autoschadebedrijf dat zich onderscheidt door vakmanschap.

Niet voor niets kom je overal de slagzin tegen: ‘Jammer dat ons werk onzichtbaar is!’
Het bedrijf is merk-erkend schadehersteller voor veel automerken, waardoor de fabrieksgarantie na de reparatie intact blijft. Bovendien zijn de werknemers gespecialiseerd in het herstellen van schade van hybride en elektrische auto’s, een bijzondere discipline.
Minder bekend is dat Van Mossel Autoschadeteam Baarends klassiekers en oldtimers restaureert. Een aantal jaren geleden heeft een goede vriend van mij zijn Mercedes-Benz 280 SL uit 1968 laten restaureren bij het bedrijf. De oorspronkelijk uit de USA afkomstige cabriolet had in de States wat schade opgelopen en dat was daar voornamelijk met veel plamuur hersteld. Al die verkeerd gerepareerde stukken in de carrosserie zijn door de schade-experts opgespoord en adequaat professioneel hersteld tot volle tevredenheid van de eigenaar.
Vestigingsmanager Peter Sinke: “Wij zijn op dit moment bezig om voor een klant een viertal klassiekers te restaureren, te weten een Opel GT uit 1970, een Ford Capri uit 1970, een Opel Manta uit 1972 en een Nissan 260 Z uit 1977. Bij de laatste is er ooit een soort schuifdak in gemaakt, maar dat is niet origineel en misstaat bij deze sportwagen.
Daarbij is de kennis van onze calculator Bart Wondergem onmisbaar. Dankzij zijn grote hobby van oldtimers en zijn enorme netwerk op dat gebied, weet hij ontbrekende onderdelen zó te vinden. Bij de Datsun was er een niet origineel open dakje ingebouwd, maar inmiddels heeft Bart een donordak op de kop getikt dat wij nu gaan monteren.”

Nadere kennismaking
Deze fantastische restauratie bij Van Mossel Autoschadeteam Baarends volg ik op de voet, omdat ik dezelfde hobby deel met Bart Wondergem. Het geeft mij de gelegenheid wat meer over deze vier klassiekers te vertellen, omdat ik in mijn archief alle autotests heb bewaard sinds 1965. Uiteraard heb ik Bart op de foto gezet bij her rijdend erfgoed!
Ik praat u graag bij…

Opel GT 1970
Op de IAA van 1965 in Frankfurt werd de wereld verrast met een studie van een sportcoupé op basis van de Opel B-Kadett. Hij was uitgerust met de nieuwe 1900 cc viercilinder uit de Opel Rekord. Hij werd voorgesteld als een voertuig dat componenten bij hogere snelheden moest testen op het nieuwe Opelcircuit in Dudenhofen. Drie jaar later echter werd hij als Opel GT op de markt gebracht.
Hij werd ontworpen door Clare Mac Kichan en de nog maar recent overleden Erhard Schnell. Het is duidelijk dat de Chevrolet Corvette hiervoor model stond. De carrosserie van de GT werd gemaakt door de Franse firma Chausson. Deze stuurde de kale koetswerken naar het eveneens Franse bedrijf Brissonneau & Lotz.
B&L stond in voor het spuitwerk, het monteren van de bedrading, het interieur, de ramen en het chroomwerk. Daarna gingen de carrosserieën naar Duitsland om in Bochum te worden afgebouwd. De betrouwbare 1900 cc motor uit de Rekord was het meest populair, hij had 103 pk en had 11 seconden nodig om naar de honderd te spurten. Zijn top lag dankzij zijn mooie stroomlijn en geringe gewicht van slechts 870 kg op bijna 190 km/h. Tot 1970 was er ook een 1100 cc krachtbron uit de Kadett te verkrijgen, maar die uitvoering was voor een sportwagen niet sterk en snel genoeg. In 1971 kwam de GT/J uit, met o.a. mat zwart gespoten bumpers, een iets goedkopere uitvoering, speciaal voor de jeugd.
Bijzonder waren de mechanisch in - en uitklapbare koplampen, een uniek, wat lawaaierig kenmerk.

Test
Ik heb een test voor me uit mijn archief van de Auto Motor & Sport van 12 april 1969:

Resultaten:

  • Carrosserie: Stabiele coupé met gestroomlijnde vorm, instap gemakkelijk doordat de portieren tot in het dak lopen. Bagage via de zittingen opbergen.
  • Uitrusting:  Goede stoelen met voldoende steun, kwalitatief uitgebreide uitrusting.
  • Bediening: Mooi dashboard met prima ergonomie via goed geplaatste bedieningselementen en instrumenten.
  • Aandrijving: achterwielaandrijving, goed schakelende vierversnellingsbak.
  • Motor: elastische, betrouwbare motor met goede prestaties, verbruik 11-15 liter/100 km.
  • Rijeigenschappen: onproblematisch, verreweg neutraal weggedrag, nauwelijks zijwindgevoelig. Op slechte wegen in bochten wat springerig.
  • Comfort: stug geveerd , op slechte wegen niet comfortabel, acceptabel geluidsniveau.
  • Remmen: ondanks trommelremmen achter, op hun taak berekend.
  • Prijs: toch wel een handicap: DM 12.000,-! (in Nederland: Hfl. 14.000,-)

Persoonlijk heb ik vanaf het begin de GT in mijn armen gesloten. Ik werkte parttime op zaterdag en in de vakanties bij Garage Louisse in Goes, de Opel- en Chevroletdealer.
Via de afdeling verkoop mocht ik twee dagen op de AutoRai van 1969 proefritten rijden met potentiële klanten. Die mochten alleen maar meerijden. Ik reed dan van de Rai naar Breukelen en weer terug. De teller gaf op topsnelheid 200 km/h aan. Op zeker moment zag ik in mijn spiegel een Porsche van de Rijkspolitie naderen. We reden naast elkaar tweehonderd en twee opgestoken duimen werden mijn deel, waarna de mannen met nóg hogere snelheid uit het zicht verdwenen. Wat een tijd en wat een ervaring!
“Nur Fliegen ist schöner” luidde de wervende reclametekst!

Ford Capri 1700 GT XL 1970
De Duitse Fordfabrieken waren midden jaren ’60 hard op zoek naar nieuwe uitdagingen om het verloren marktaandeel weer terug te winnen.
Dat ze daarbij uiteindelijk bij een coupé uitkwamen, was in eerste instantie verwonderlijk.
Inderdaad werd een automodel gekopieerd dat in Amerika een doorslaggevend succes was geworden: een solide sportwagen met heel veel mogelijkheden, nl. de Mustang.
Claude Lobo, één van de Capri-designers zei daarover: “De mensen wilden niet meer zo’n saaie gezinsauto. Ze wilden iets moois, iets aparts en natuurlijk lieten we ons inspireren door de Mustang met zijn lange neus en een kort kontje. Hij vertegenwoordigde het nieuwe levensgevoel.
Ford Keulen zette groots in, zoals de startvoorbereidingen van 83 miljoen lieten zien. Er werd 36% van de productiecapaciteit vrijgemaakt voor het nieuwe model en er werden 1800 nieuwe arbeidsplaatsen gecreëerd.
Vanaf november ’68 liepen 425 eenheden van de band in Keulen en datzelfde aantal ook in het Britse Dagenham, maar dan met Engelse Fordmotoren.
In de eerste twee jaar verkocht Ford er meer dan 400.000 en in augustus ’73 werd de miljoengrens overschreden.

2+2 coupé
De Capri is een 2+2 gezinswagen met de vorm van een coupé. Dat was ook de bedoeling en daardoor werden er zoveel van verkocht. Het koetswerk was modern van opzet en Ford liep o.a. voorop met de plaatsing van de benzinetank tussen de achterbank en de kofferruimte, een voor die tijd erg veilige maatregel!
Hij baseerde qua onderstel op de Engelse Ford Cortina: motor voorin, aandrijving op de achterwielen. De vooras was onafhankelijk geveerd, de achteras was star met bladveren. De Duitse Capri’s hadden allemaal V-motoren, de Engelse versies meestal lijnmotoren.
Deze lichtgroene GT heeft een 1,7 liter V4 met 75 pk, gekoppeld aan een vierversnellingsbak. Zijn acceleratie van 0-100 km/h bedraagt 13,7 seconden en zijn top ligt bij 155 km/h.

Test
De test van Auto Motor und Sport van 26 april 1969 met als titel: ‘Beau de Cologne’

Resultaten:

  • Carrosserie: Modieuze coupé met goede instapmogelijkheden, geschikt voor twee volwassenen en zeker twee kinderen.
  • Uitrusting: praktische details, goede stoelen en verwarming. De toerenteller is in de GT standaard. Daarnaast veel opties mogelijk.
  • Ergonomie: instrumenten en hendels prima, sleutel zit onhandig verstopt.
  • Motor: Robuuste, betrouwbare V-motoren.
  • Rijprestaties: Voor een sportwagen te weinig acceleratievermogen en te lage topsnelheid.
  • Verbruik: in verhouding tot de grootte van de auto en de prestaties redelijk,
  • 10-13 liter/100 km.
  • Wegligging: goede gewichtsverdeling, zeker bij de V4, harmonisch weggedrag
  • Besturing: exact, vrij van trillingen en aangenaam
  • Remmen: Vóór schijf-, achter trommelremmen met rembekrachtiger.
  • Hij kostte in 1970 in deze uitvoering Hfl. 9.828,-

Opel Manta 1900 S de Luxe 1972
A fish called Manta…
Opel presenteerde de Manta in september 1970. Het nieuwe coupémodel werd vernoemd naar de gelijknamige pijlstaartrog. De gestileerde rog als logo van de Manta ontstond toen Opels hoofdontwerper destijds, George Gallion, kort voor de start van de productie van de Manta een bezoek bracht aan Jacques Cousteau, de beroemde maritiem onderzoeker.
“We hadden de naam Manta al gekozen, want het gebruik van dierennamen voor auto’s paste helemaal in de tijdgeest,” zegt Gallion nu. We wilden de nieuwe auto ook een fraai specifiek logo geven, maar hadden geen goed voorbeeld. Uiteindelijk hadden we nog slechts tien dagen om er een te ontwerpen, dus maakten we op de valreep eeen afspraak met Jacques Cousteau. We vonden een afbeelding van een gigantisch exemplaar en dat werd het logo voor de Manta. Vanaf dat moment droeg de Opel Manta het iconisch verchroomde logo vanaf de productiestart op de voorspatborden.

Jeugdig
Jong, dynamisch, actief, sportief: dat waren de attributen die de ontwerpers meekregen om de later zo succesvolle Manta te creëren. We spreken dan over september 1967. Drie jaar later liep hij van de band. De man die het flitsende model ontwierp heette Charles Jordan en die heeft ontzettend zijn best gedaan om er een schitterende auto van te maken. De bijzonder fraaie Manta bleek het succesvolle antwoord van Opel te zijn op de Capri van Ford.
Opel had tot half de jaren ’60 een beetje suf imago gekregen, in Duitsland noemde men dat het ‘Hosenträger-Imago’. Dat veranderde met de komst van de Rallye-Kadett, de GT, de Rekord Sprint, de Commodore GS en als laatste de Manta.
Dat gezinnen wel sportief onderweg wilden zijn, maar geen binnen- en kofferruimte wilden missen, zagen we al bij de Capri. Charles Jordan gaf de Manta een prachtig neusje mee. Als je goed kijkt, zie je een chique Kadett-front. De flanken doen denken aan de Rekord Coupé en de achterlichten lijken als twee druppels water op die van de GT.
De Manta werkt wat sierlijker dan de Capri, zeker aan de voorkant en zijn korte achterkant met de vlak liggende achterruit is duidelijk agressiever.
Het is een échte vierzitter en zelfs de hoofdruimte achterin is ruim voldoende, mede dankzij de grote portieren stap je gemakkelijk achterin
De Manta A bleef 5 jaar in productie en er werden er ruim 500.000 van geproduceerd.

Test
De test van Auto Motor und Sport van 7 november 1970.

Resultaten

  • Carrosserie: coupé met plaats voor vier personen en een aanzienlijke kofferruimte van 360 liter. Zicht naar achteren niet geweldig, goed afgewerkt.
  • Uitrusting: Dubbele halogeen koplampen, veiligheidsgordels, goede zittingen, werkzame kachel en frisse luchtvoorziening.
  • Bediening: overzichtelijk instrumentenpaneel, goede ergonomie. Besturing, pedalen en schakelpook werken licht en gemakkelijk.
  • Versnelling: goed gesynchroniseerd en schakelt exact. De tweede versnelling is te kort. Optie is een 3-traps automaat.
  • Motor: 1897 cc, viercilinder met 103 pk: een robuuste en betrouwbare Opel seriemotor. Niet erg sportief, wel stil en elastisch.
  • Prestaties: 0-100 km/h in 12,4 seconden, topsnelheid 170 km/h.
  • Verbruik: In verhouding tot de cilinderinhoud en de prestaties helemaal niet slecht: 10 tot 13,5 liter/100 km.
  • Rijeigenschappen: veilige, onproblematische rijeigenschappen. Verregaand neutraal weggedrag. Ook op slechte wegen blijft hij goed contact houden.
  • Comfort sportieve veerkarakteristiek, goed compromis tussen comfort en sportiviteit. Voorstoelen zouden betere steun kunnen geven.
  • Besturing: plezierig licht, stootvrij, exact en direct.
  • Remmen: bekrachtigde schijfremmen voor en trommels achter, goed te doseren, uitstekende remwerking.
  • De prijs in 1972 was voor deze uitvoering: Hfl. 9.313,-

Datsun 260Z 1977
Met zijn voorganger, de 240Z die in 1969 uitkwam, lukte het Nissan op de vooral Amerikaanse en wat minder op de Europese markt terrein te winnen in deze klasse. De auto had alles wat men zich kon wensen en kostte maar half zoveel als men verwachtte.
De Duitse designer Albrecht Graf von Goertz die de BMW 503 en 507 had ontworpen, was verantwoordelijk voor dit mooie ontwerp.
Met deze coupé begon een nieuw tijdperk in de sportwereld en vele MG-, Triumph- en Porscheverkopers moeten de dag dat de Z uit de fabriek is gekomen, vervloekt hebben. Het werd tenslotte op dat moment de best verkochte sportwagen ter wereld!
Hij werd tevens beroemd door de sportieve successen in de East African Safari in 1971 en 1973, waarbij hij als eerste eindigde.
Deze 260 Z verschilt nauwelijks van zijn voorganger, alleen de motor werd wat groter: een 2565 cc zescilinder met 126 pk.
Per maand werden er 6000 in Japan geproduceerd, ruim 5000 emigreerden meteen naar de USA.

Mooi
Ik heb in mijn archief weer een test gevonden, in dit geval de Auto Motor und Sport van 9 januari 1974.
Dankzij het ontwerp van Graf von Goertz ziet hij er helemaal niet Japans uit. Met zijn lange neus en slanke lijnvoering zou hij ook zó uit Italië kunnen komen.
Het is een échte twoseater, want achter de beide voorstoelen begint het bagagecompartiment van 336 liter dat zich gemakkelijk laat laden door de achterklep.
Het dashboard is typisch voor de sportwagenstijl van de seventies: goed afleesbare grote klokken die net als bij Alfa’s in bekers zijn gevat. Bovenop de middenconsole wordt middels kleinere meters alle bruikbare informatie weergegeven.
De korte pook ligt prima in de hand en is gevat in een leren zak. De zitpositie is prima, de afwerking typisch Japans.

Motor
De zescilinder is eigenlijk een brave motor, niet zo spannend, maar betrouwbaar goed. Hij trekt in 9,5 seconden naar de honderd en heeft een top van 205 km/h.
De versnellingsverhoudingen zijn lang, want tester Klaus Westrup constateert: “De eerste versnelling reikt tot 70 km/h, de tweede tot 106 km/h. Je kunt met gemak bijna 7000 toeren maken!” Hij heeft standaard een vijfbak die prima schakelt, alleen maakt de bak veel lawaai. Gemiddeld kwam het testverbruik op 15 liter/100 km.

Onderstel
Hoewel de Japanners toentertijd veel starre assen monteerden, heeft men de 260 Z van onafhankelijk geveerde wielen met schroefveren voorzien. Daardoor is het een veilige sportwagen geworden die een bijna neutrale wegligging laat zien.
Minder goed is het met het comfort gesteld, want hij is nogal stug, tegen het harde afgeveerd. Hij stuurt prima en remt eveneens uitstekend.
De prijs in 1977 was niet gering: Hfl. 29.600,-

AutoZeelandtest van de Mercedes-Benz GLB 250 4Matic

03-08-2020 “Ruimtewonder”

AutoZeelandrij-indruk van de Mazda MX-30

31-07-2020 E- Zoom Zoom

AutoZeelandtest van de Fiat 500 Hybrid

20-07-2020 “Il nuovo cucciolo”

Van Mossel Autoschadeteam Baarends restaureert ook rijdend erfgoed

16-07-2020 Van Mossel Autoschadeteam Baarends is een gerenommeerd autoschadebedrijf...

Om AutoZeeland goed te laten functioneren maken we gebruik van cookies. Bekijk ons cookiebeleid